|
 Boris Fjodorowitsch Godunow (geb. rond 1551, gest. 13.4.1605).
Boris Godunow was een gunsteling van Ivan Grozny (de Verschrikelijke) en oefende voor zijn zoon en opvolger Fjodor I. Iwanowitsch sinds 1584 de macht uit. In deze periode richtte hij het patriarchaat van Moskou op en maakte daarmee de Russische kerk onafhankelijk van Constantinopel. Met de dood van Fjodor in 1598 stierf de dynastie van Rurik uit, en Boris Godunow werd tot nieuwe Tsaar gekozen. Ondanks de gevolgen voor de buitenlandse politiek, was hij voornamelijk bezig met de binnenlandse boerenonrust en een oppositie van de adel onder leiding van de familie Romanow.
Bovendien stond een zogenaamde zoon van Ivan IV op, die aanspraak maakte op de Russische troon ("valse Dimitri").
De zoon en opvolger van Boris Godunow Fjodor Borissowitsch kon zich slechts zeven maanden op de troon standhouden.
Boris Godunow werd na z'n dood onderwerp van een literair werk in een drama van Alexander Poeschkin alswel van de gelijknamige opera.
|